Archief

Ontwikkeling norm aardbevingsbestendigheid industrie


In opdracht van de Nationaal Coördinator Groningen ondersteunde Crisislab de ontwikkeling om te komen tot een norm voor de aardbevingsbestendigheid van de chemische industrie in Groningen. Ira Helsloot was voorzitter van de werkgroep die hierover een advies heeft uitgebracht.

Het advies is hier te downloaden.

Share Button

15 september, 2016  

Bestuurlijk afwegingskader risico’s conventionele explosieven


De discussie tijdens een drietal bijeenkomsten van het Platform Blindgangers van de VNG over een toekomstig normenkader over de omgang met de risico’s van conventionele explosieven (CE) in de Nederlandse bodem inspireerde Crisislab om op eigen initiatief de inhoud samen te vatten in een aantal uitgangspunten voor een proportionele bestuurlijke omgang met CE. De doelstelling is om gemeenten alvast een denkkader te bieden dat hen nu al helpt te komen tot een proportionele omgang met CE.

Het afwegingskader kunt u hier downloaden.

Dit document is aan het Platform Blindgangers aangeboden om een rol te kunnen spelen in de discussie met het ministerie van BZK over de herziening van de vergoedingsregeling voor opsporing en ruiming van CE (de Bommenregeling), en de besluitvorming over een te ontwikkelingen normenkader en kenniscentrum voor de omgang met CE.

 

Share Button

5 september, 2016  

COncORDE publication on modelling the medical emergency response


As part of the FP7 EU project COncORDE , Crisislab together with the University of Cyprus and Cambridge University Hospital has published the article “Integrated modelling of medical emergency response process for improved coordination and decision support” in Healthcare technology Letters.

The article is based upon the results of Task 2.3: “COncORDE conceptual framework modelling” and models both the COncORDE conceptual framework as well as the medical response process.

The article can be found here.

Als onderdeel van het FP7 EU project COncORDE heeft Crisislab samen met de Universiteit van Cyprus en Cambridge University Hospital het artikel “Integrated modelling of medical emergency response process for improved coordination and decision support” gepubliceerd in Healthcare technology Letters.

Het artikel is gebaseerd op de resultaten van Taak 2.3: “COncORDE conceptual framework modelling” en modelleert zowel het COncORDE conceptuele framework als het medische reactie proces.

Het artikel vindt u hier.

Share Button

26 augustus, 2016  

Asbestmagazine besteedt aandacht aan onderzoek Crisislab


In de augustus-uitgave van het ‘Asbestmagazine’ is een artikel gepubliceerd over het onderzoek dat Crisislab in opdracht van woningbouwcorporatie Talis heeft uitgevoerd naar het vormgeven van redelijk asbestbeleid. Onder redelijk asbestbeleid verstaan we de omgang met asbest in woningen op een wijze waar de kosten en baten met elkaar in evenwicht zijn en waarbij de bewoners zijn betrokken.

Het artikel in het Asbestmagazine vindt u hier.

De rapportage van het onderzoek vindt u hier en het pamflet vindt u hier.

 

Share Button

26 juli, 2016  

Impactfactor JCCM gestegen


JCCM

Het Engelstalige tijdschrift Journal of Contingencies and Crisis Management waarvan Ira Helsloot de hoofdredacteur is, heeft in de Journal Citation Report een hoge impactfactor van 1.073 gekregen.

Meer informatie over het tijdschrift vindt u hier.

 

 

 

 

Share Button

19 juni, 2016  

Incidenten bij Chemelot: toeval of structureel?


Voorkant-Chemelot

In opdracht van Chemelot Site Permit (CSP) heeft Crisislab een onderzoek uitgevoerd naar de samenhang tussen negen grotere incidenten die in 2015 op het terrein van Chemelot plaatsvonden. In dit onderzoek is geconstateerd dat 2015 een bijzonder jaar leek voor Chemelot, vooral vanwege de media-aandacht voor de extra GRIP-incidenten die het gevolg zijn van snellere alarmering door Chemelot zelf en het toevallig optreden van een aantal incidenten in de warme zomermaanden. Er was echter geen daadwerkelijke toename van ongewone voorvallen.

Een deel van de onderzochte incidenten is feitelijk het resultaat van een steeds scherpere blik vanuit de omgeving op de activiteiten bij Chemelot en van steeds verdergaande technische mogelijkheden: voorvallen die voorheen geaccepteerd werden, worden nu als incidenten gezien.

Dat laat onverlet dat we een aantal structurele medeoorzaken zien voor incidenten. De complexiteit van de processen bij Chemelot zal onvermijdelijk leiden tot ‘zwarte zwanen-incidenten’ (incidenten die niet worden voorzien en het systeem doen bezwijken). De focus is in de dagelijkse praktijk zo erg komen te liggen op arbeidsveiligheid en het voorkomen van ‘kleine’ ongewone voorvallen, dat het risico van het primaire productieproces soms niet meegenomen wordt. Hierdoor ontstaan of verergeren ‘echte’ incidenten. De risico-regelreflex leidt tot meer complexiteit van installaties en procedures en draagt daarom bij aan meer ongevallen.

Natuurlijk is er een continue afweging tussen het productiebelang en de productieveiligheid. Geen misverstand: geen productie lijkt misschien oppervlakkig geredeneerd altijd veiliger, maar de resulterende werkloosheid zal de omgeving juist onveiligheid opleveren. Elk besluit over onderhoud is daarmee een afweging voor het management of het voldoende veilig is. Wij hebben geen enkele indicatie dat er vanwege financiële overwegingen in situaties die door een medewerker als onveilig worden gezien door het management niet voor meer veiligheid zou worden gekozen.

Het antwoord op de vraag of er in 2015 bij Chemelot sprake was van toeval of structureel incidentalisme, is dus tweeledig: 2015 leek een bijzonder jaar wat betreft incidenten vanwege toeval (en snellere opschaling) en daarnaast is er een aantal structurele medeoorzaken voor de incidenten aan te wijzen.

De rapportage kunt u hier downloaden.

Een Engelstalige samenvatting van de rapportage vindt u hier.

Het persbericht van Chemelot naar aanleiding van het onderzoek treft u hier.

In de uitzending Avondgasten van L1 werd aandacht besteed aan de rapportage. In gesprek zijn Ira Helsloot, Geert Kastelijns (directeuren Sitech) en Rosita Custers (omwonende). De uitzending kunt u hier terugkijken.

Ook het vakblad Chemiemagazine van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) besteedde aandacht aan het onderzoek. Het artikel ‘Aantal echte incidenten neemt af’ treft u hier. De uitgave van het vakblad zelf (jaargang 58/06/2016) en alle overige uitgaven zijn hier te vinden.

Studenten van de Radboud Universiteit Nijmegen hebben in het kader van hun masteropleiding Besturen van Veiligheid een publieksonderzoek uitgevoerd naar de mening van omwonenden van Chemelot over onder andere de omgang met risico’s en de overlast die zij door de incidenten bij Chemelot hebben ervaren. Het publieksonderzoek vindt u hier.

Share Button

8 juni, 2016  

Burgeronderzoek omwonenden van Chemelot


Naar aanleiding van de iGeleenncidenten die in 2015 bij Chemelot plaatsvonden, heeft Crisislab op eigen initiatief en samen met studenten van de masteropleiding Besturen van Veiligheid van de Radboud Universiteit Nijmegen een burgeronderzoek uitgevoerd in lijn met eerdere burgeronderzoeken. Voor het onderzoek is onder ruim 200 omwonenden van Chemelot een vragenlijst afgenomen over onder andere de risicoperceptie vanwege incidenten bij Chemelot, de veiligheidsperceptie van omwonenden en de overlast die omwonenden ervaren. Om inzicht te krijgen in wat de omwonenden ‘daadwerkelijk denken’, wordt de omwonenden gevraagd om vanuit de positie van burgemeester te antwoorden, zodat zij gedwongen worden om te redeneren vanuit het algemeen belang. Deze wijze van bevragen is kenmerkend voor onze burgeronderzoeken.

De rapportage kunt u hier downloaden.

 

 

Eerdere burgeronderzoeken die door Crisislab zijn uitgevoerd, zijn:

 

Share Button

6 juni, 2016  

Laten we eindelijk normaal doen over asbest


In het pamflet ‘Laten we eindelijk normaal doen over asbest’ pleiten ondergetekenden voor redelijk asbestbeleid. Er ontstaat vaak een paniekreactie wanneer asbest ontdekt wordt. Kosten en baten van maatregelen worden dan niet meer afgewogen en er wordt veel geld uitgegeven aan een klein risico. Daarom is een nuchtere aanpak gewenst. Het pamflet is gebaseerd op de feiten uit het onderzoek ‘Inzichten in de omgang met de risico’s van asbest.’

Het pamflet vindt u hier.

 

Het pamflet is ondertekend door:

Ronald Leushuis, Bestuurder woningcorporatie Talis, Nijmegen

Ira Helsloot, Hoogleraar Besturen van Veiligheid, Radboud Universiteit, Nijmegen

Fred Woudenberg, Afdelingsmanager LO GGD, Amsterdam

Piet Bruinooge, Burgemeester gemeente Alkmaar

Henk Peter Kip, Directievoorzitter woningcorporatie Mitros, Utrecht

Berend van der Ploeg, Bestuurder Attent, Zorg & Behandeling, De Steeg

 

Artikel in Aedes-Magazine, juni 2016.

 

Polls

de Volkskrant

Volkskrant

 

 

 

 

 

 

 

Stand.nl

Stand.nl

 

 

 

 

 

 

RTV Drenthe

RTV Drenthe

 

 

 

 

 

 

Noordhollands Dagblad

Schermafbeelding 2016-06-13 om 12.01.34

 

 

 

 

 

Reacties op het pamflet

(namen zijn bekend bij Crisislab)

Ik heb uw artikel over asbest gelezen in dagblad De Limburger. Eindelijk iemand met gezag, die de “gevaren” van asbest relativeert. Ik heb jaren gewerkt met asbest, gezaagd zonder masker, fabrieken bezocht betreffende asbest. Mijn broer zat in de commissie Stumphius. Ik weet er een beetje van. Een geweldige vezel, brandt niet, rot niet: door zijn weerhaakjes een ideale vezel om met cement te verbinden. Dus ook wel ongezond en gevaarlijk als iemand zo’n vezel veel binnen krijgt en er gevoelig voor is. Logisch, dat werknemers van verwerkende asbest vezel gevaar liepen en er aan stierven. Maar toch relatief weinig van alle werknemers van die fabrieken. De werknemers namen de zakken, waarin de asbest vervoerd werd vanuit o.a. Canada, mee naar huis. Werden uitgeklopt!!!! Gewassen en gebruikt. De witte pakken, grote onzin!! Wanneer men de daken goed nat zou maken, kan men zonder dat er vezel vrijkomt de platen van de daken halen. Zolang de platen niet rot zijn, – en dat duurt lang-, is het geld weggooien om die eraf te halen. Wat te doen met het dakbeschot in de huizen?? Ook daar zit asbestvezel in! Waar zijn de vezels gebleven, die in de auto remmen gebruikt zijn? Zo kan ik nog wel eventjes door gaan. Ik was blij met uw artikel! Wel vraag ik me vaak af, hoe zo’n overdreven asbest-fobie ontstaan is met gevolg van zoveel onnodige wetgeving, die onnodig veel geld kost! De politici weten echt niet waarover zij praten en nemen het “gevaar” klakkeloos aan?

Ik heb het pamflet gelezen, en vroeg mij af of u bekend bent met de feitelijke oorsprong van de ‘dakengekte’. In november 2007 heeft TNO op verzoek van de toenmalige VROM-Inspectie een oriënterend onderzoek gepubliceerd naar het vrijkomen van asbestvezels van verweerde daken. Dit onderzoek betrof een literatuurstudie naar uitgevoerd onderzoek in onder meer Duitsland en Australië, alsmede de vergelijking met eigen metingen. Opmerkelijk vond en vind ik, dat in dit rapport onder andere een Australisch onderzoek werd geciteerd waarin werd aanbevolen om verweerde daken juist niet te verwijderen, en te wachten tot de sloop van het gebouw. Uiteraard zolang het dak nog functioneel was. Uit het TNO-onderzoek is verder niet komen vast te staan -integendeel- dat het vrijkomen van weliswaar grote hoeveelheden asbestvezels niet in de omgevingslucht kon worden vastgesteld. Daarentegen gaf TNO aan dat grote hoeveelheid asbestvezels vrijkwamen en in dakgoten en het achterliggende rioolstelsel terecht kwamen. Bij daken zonder dakgoten bleek de bodem in een smalle strook rondom het gebouw ernstig verontreinigd te zijn met asbestvezels. Dit rapport van TNO was mede gebaseerd op de onderzoeksresultaten van de sloop van ca 700 woningen in Lelystad waar op ca 40.000 m2 asbesthoudende dakbedekking was aangebracht. Dit project heb ik geleid als projectcoördinator. Daar is ook vastgesteld dat de bodem van de watergangen in die wijk zwaar verontreinigd waren met asbestvezels vanwege het gescheiden rioolstelsel. Regenwater werd separaat afgevoerd naar het oppervlaktewater. Afgezien van deze situatie bleek de bodem van de gehele wijk (ca 24 ha) ernstig verontreinigd te zijn met asbest. Deze verontreiniging bleek te zijn ontstaan tijdens de nieuwbouwfase en niet tijdens de gebruiksfase. Dit was voor ons nieuw.

Eindelijk mensen die normaal doen bij het woord asbest, bij opruiming worden alleen de grote stukken weg gehaald maar de “GEVAARLIJKE  STOFRESTEN” waaien vanzelf verder, dus opruimen heeft totaal geen zin. Niemand eet asbest, hooguit word het opgesnuift dus laat maar waaien.

Als veiligheidskundige heb ik met enige verbazing de discussie over de gevaren van asbest gelezen. Dit soort berichten geven aanleiding voor veel mensen om te denken dat asbest niet gevaarlijk is. Bewezen is dat asbest een cardiogene stof is waarbij mesotolioom bewezen alleen door asbest kan ontstaan. Het werken met asbest brengt risico’s met zich mee. Dit is onder andere in een rapport van de GGD beschreven. Maar ook het RIVM heeft hier meerdere rapporten van. Daarnaast wordt uitgegaan dat hecht gebonden asbest niet gevaarlijk is verwijderen duur. Bij verwijderen ga je aan asbest zitten. Als iets hecht is, kan dit onder minder strenge normen. Bij verweerde of niet hecht gebonden (ook in platen!) asbest is dit veel strenger. De kans dat asbest vrij komt is ook veel hoger. Controle is noodzakelijk! Wel ben ik het ermee eens dat dit makkelijker en goedkoper kan. Kortom: als bedrijf (coöperatie) vind ik dat je mensen (huurders, werknemers) moet beschermen en asbest moet verwijderen. Voor de particulier dien je het wel makkelijk en betaalbaar te houden om het op de juiste manier te behandelen en zo gevaarlijke situaties te voorkomen.

Ik ben het als oud-werknemer in de bouwwereld volkomen met dit onderzoek eens. Ik ben vanaf 1970 tot 2012 als bouwvakker, verkoper bouwmaterialen, onderhoudsopzichter woning- en utiliteitsbouw en laatstelijk als controleur van bouw- en woningtoezicht, werkzaam geweest. Zodoende heb ik de discussie rond asbestgebruik en sanering van vrij dichtbij meegemaakt. Ik heb het hypocriete beleid van  onze overheid meegemaakt dat asbestproducten wel verkocht en verwerkt  mochten worden, maar verwijderd moesten worden door “maanmannetjes”. Voorbeelden zal ik dus hierbij maar niet geven. Echter tegenwoordig is het zo, dat als ik tegen een jonger persoon zeg dat ik in mijn jeugdjaren door de pure witte asbest heb gelopen, kijkt men mij aan alsof ik van Mars kom en moet ik uitkijken dat ik niet direct in een instituut voor zwakzinnigen word opgenomen. Als ik tegenwoordig naar het  journaal kijk en er is een brand op waarbij asbest vrij komt, zit ik heel inspannend te kijken of er ook olifanten uit de lucht vallen, terwijl ik het idee heb dat de reporter nog nooit iets van asbest gezien heeft, laat staan in zijn handen gehad. Natuurlijk ben ik voor het verwijderen van stoffen in de bouw (en die zijn er) die gevaar kunnen opleveren voor mens en milieu. Maar op dit moment ben ik een paar duizend euro extra kwijt als ik een nieuw dak op mijn huis laat maken, terwijl ik dit zelf in een halve dag veilig geklaard zou hebben. Ik zou dan ook geen moment bang zijn dat ik binnenkort of in de toekomst aan asbestose kom te overlijden. Verder ben ik van mening dat er wel heel wat andere zaken zijn waar we ons zuurverdiende geld en duurbetaalde gemeenschapsgelden aan kunnen besteden die heel wat meer gezondheid- en milieuwinst zullen opleveren. Dus wat mij betreft: Prima initiatief en het mag de politiek en de media duidelijk gezegd worden wat de werkelijk is.

Er zijn heel veel slachtoffers onder mensen die asbest moesten verwerken. Er zijn ook mensen die met asbest gewerkt hebben en daar niets aan hebben overgehouden. Daar is nooit onderzoek naar gedaan. Talloze artikelen zijn er sinds 1949 over de schadelijkheid van asbest verschenen, maar nooit is er een publicatie geweest waarin staat beschreven waarom niet iedere werker gestorven is aan asbestose of aan een dergelijke longaandoening. Omdat ik zelf in de zestiger jaren twee jaar lang intensief met asbest omging in een ruimte die niet geventileerd werd en waar het mistig was van de asbeststof, ontstaan door boren, schuren en polijsten, werd ik na invoeren van de silicosewet in 1978 nieuwsgierig waarom ik nergens last van kreeg. Ik ben een niet-roker. Dat bracht me op een idee: ik heb familieleden van overledenen gevraagd naar de doodsoorzaak. Op één na waren alle asbestslachtoffers verwoede rokers. Toch vreemd dat ik daarover niets in de literatuur heb gelezen. En daarom is het ook vreemd dat de regering 3 miljard euro wil uitgeven om totaal ongevaarlijke platen asbest te verwijderen. En dit gebeurt bovendien op een heel dure manier. Op de door mijzelf genomen foto ziet u hoe in Hamburg asbest wordt verwijderd. Dat gaat heel wat goedkoper. Asbest is een fantastisch materiaal, maar het is niet gezond de vezels in te ademen. Asbest is ook het enige goede materiaal voor de vervaardiging van brandblusdekens. Dat zoiets verboden is kan men alleen maar toeschrijven aan asbestofobie. Misschien is asbest ook een uitstekend laxeermiddel. Maar geen farmaceutische fabriek wil dit uittesten, asbest is zo goedkoop, daar valt niets aan te verdienen.

En laten we ook een beetje normaal doen over lood in de bodem! Het RIVM heeft een paar maanden geleden een rapport gepubliceerd met als boodschap, dat ook een klein beetje hogere gehalten lood in de bodem bij kleine kinderen al tot 1 procentpunt minder IQ kunnen leiden. Gehalten die veelvuldig voorkomen in de bodem van vooroorlogse wijken en oude stads- en dorpskernen. Deze ‘nieuwe inzichten’ over lood worden her en der zonder kritische weging overgenomen. Allerlei onderzoeken worden opgestart op zoek naar lood in de bodem. Deze week stond in het plaatselijk sufferdje een waarschuwing van de gemeente Rotterdam: pas op voor lood! Hoeveel literatuurstudie over IQ (nauwkeurigheid, factoren die de hoogte zoal beïnvloeden) heeft RIVM eigenlijk uitgevoerd? Hoe vaak moet je als peuter buitenspelen op een bodem met wat hogere loodgehalten om hetzelfde effect te behalen als 1 x comazuipen tijdens de pubertijd?

In het verleden werden colovinyltegels uit woningen verwijderd waar een percentage van 0,1-2 % asbest in verwerkt zat. Dit werd onder dezelfde omstandigheden verwijderd als de meest gevaarlijke soort asbest van 60-100 %. De lijmtang van de colovinyltegels mocht altijd achterblijven vanwege het verwaarloosbare risico. De locatie werd altijd zonder problemen vrijgegeven. Tot enkele jaren geleden iemand zag dat er een goudmijn aan geld bleef liggen in al die woningen en het voor elkaar heeft gekregen dat ook al deze lijmlagen onder asbestcondities verwijderd moesten worden. Dubbel verdienen dus.

U heeft makkelijk praten, het zal uw tijd wel duren omdat u niet met asbest werkt. Doch ik heb 2 zwagers op relatief jonge leeftijd verloren, 68 en 72 jaar, beide aan mesothelioom! De eerste was modélmaker en onderbrandmeester van de bedrijfsbrandweer bij Stork Hengelo, heeft dus niet rechtstreeks met asbest gewerkt. De tweede, timmerman, die wel met asbest werkte. En hier in Twente, waar de Eternit fabriek staat en waar o.a. wegen gratis geplaveid werden met afval asbestvezelcement, vallen mensen “bij bosjes”, vaak nog voor hun pensioenleeftijd. Bij sommige ook de huisgenoten, omdat de asbestwerkers asbestvezels vanuit de fabriek in hun kleren mee naar huis namen, waar de kleren uitgeklopt werden voor ze gewassen werden. Hoe haalt u het in uw hoofd om asbestvezels, die bij verpulvering door brand of sloop vrijkomen, te bagatelliseren?

Met grote belangstelling heb ik vanmorgen kennis genomen van het pamflet “laten we eindelijk normaal doen over asbest”. De pers maakt gretig gebruik van deze publicatie. Ik ben het hartgrondig eens met de stelling en inhoud (ik veronderstel dat de Volkskrant deze correct heeft weergegeven).

Ik ben nu gepensioneerd arts en heb de ontwikkeling van asbest van de zijkant gevolgd. Inderdaad wordt er soms achteloos en soms overdreven voorzichtig mee omgegaan. Echter, het is soms levensgevaarlijk. Dat zal ik illustreren met enkele eigen ervaringen. Twee gevallen van gezonde mannen op middelbare leeftijd. De boodschap dat het wel meevalt suggereert dat asbest ongevaarlijk is, dat is niet zo. In de bouw, en vooral waar mensen ondeskundig zelf mee klussen, gebeurde het twee keer dat er slordig met asbest werd omgegaan. Een keer zaagde een doe-het-zelver een asbest afvoer door, kreeg binnen het jaar darmkanker en overleed daar binnen enkele jaren aan. In het andere geval gaf een huiseigenaar opdracht een asbest plafond te verwijderen uit een bedrijfshal zonder voorzorgsmaatregelen. Het stof daalde in de hele ruimte neer. Iedereen kon daar rondlopen. Ook hij kreeg binnen een jaar darmkanker en overleed daaraan. Dat asbest darmkanker geeft was mij niet bekend daarvoor. Het zou onderzocht moeten worden. Ik heb geen actie ondernomen, het waren niet mijn patienten. Mijn zoon, trappenbouwer, was er aan het werk en stopte er onmiddellijk vanwege die asbest. Hij heeft het overleefd. De theorie over asbest zoals ik die in een ver verleden leerde van prof de Minjer en dr. Lagerweij, destijds patholoog anatoom van het academisch ziekenhuis Utrecht en bedrijfsarts van de Demka in Utrecht, en ontdekker van het gevaar van asbest, is/was dat het bestaat uit scherpe naaldjes die diep in het weefsel kunnen doordringen en daar nooit meer weg gaan. De lange duur van de aanwezigheid van het naaldje veroorzaakt dan de chronische prikkeling met een kans op kanker. Kennelijk kan dat ook in de darm gebeuren.De kans is groter bij meer naaldjes in het weefsel. Doorzagen van een pijp is dan heel erg gevaarlijk. Het is dus geen vergiftiging die wel meevalt zoals je nu zou denken bij de krantenberichten over dat het risico wel meevalt. Inademen van asbesthoudende stof is een risico. Er hoeft maar één naaldje raak te zijn. Er kunnen vele jaren overheen gaan voor er kanker kan ontstaan. Het verband tussen de blootstelling en de ziekte wordt dan niet gezien. Dat er zo snel al darmkanker kan ontstaan is misschien niet bekend. daar is meer onderzoek voor nodig om het aan te tonen. Tot zolang is het beter om voorzichtig te blijven. Zolang de asbest geen naaldjes afgeeft, dus de intacte platen, is er geen gevaar. Bewerken is heel riskant.

Met de stelling dat het asbest verwijderings beleid op de schop moet ben ik met uw eens.. Maar uw rapport is wel houtje touwtje, zonder enige statistische onderbouwing. Bijgaand wat solidere info die het asbest gevaar in perspectief zetten. Wat waren de meetwaarden bij de branden in Roemond en Alkmaar? 10.000 vezels/m3 is de grenswaarde voor 8 urige blootstelling op de werkplek, 5 dagen per week. Dus een brand met 1.000.000 vezels/ m3 , is een 2,5 week blootstelling. en hoeveel komt er dan bij de bewoners terecht. Wat zijn de gemiddelde meting die asbestbeheerdsers registreren per m3 ? Dat zijn de vragen, die beantwoord zouden moeten worden.

Share Button

2 juni, 2016  

Inzichten in de omgang met de risico’s van asbest


Crisislab heeft in opdracht van woningbouwcorporatie Talis onderzoek uitgevoerd naar het vormgeven van redelijk asbestbeleid. Onder redelijk asbestbeleid verstaan we de omgang met asbest in woningen op een wijze waar de kosten en baten met elkaar in evenwicht zijn en waarbij de bewoners zijn betrokken.

Het rapport ‘Inzichten in de omgang met de risico’s van asbest’ vindt u hier.

 

Share Button

1 juni, 2016  

Beloftevol beleid versus de weerbarstige werkelijkheid


WageningenIn opdracht van de gemeente Wageningen heeft Crisislab onderzocht hoe het Wageningens sociaal beleid, omschreven in beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en het beleidskader Samen Redzaam, in de dagelijkse praktijk werkt.

Het Wagenings sociaal beleid is in drie hoofddoelen samen te vatten:

  • Bewoners van Wageningen worden maximaal gestimuleerd en gefaciliteerd om zelfredzaam te kunnen zijn.
  • Cliënten moeten de eigen regie op hun leven houden daarmee op hun zorg.
  • Zorg wordt zo effectief mogelijk ingezet, onder andere door het leveren van maatwerk dat precies past bij de zorgbehoefte, maar ook door een integrale werkwijze waardoor zorgverleners aangeboden zorg op elkaar afstemmen.

Met zelfredzaamheid wordt bedoeld dat de eigen kracht van inwoners wordt benut om zorgdragen op te lossen. Daarnaast wordt een beroep gedaan op het eigen informele netwerk van cliënten.

Het evaluatieonderzoek is uitgevoerd door het houden van groepssessies met zowel uitvoerders, cliënten als beleidsmakers, een jaar na de grote decentralisatieoperatie. Verschillende praktijken in het sociaal domein zijn bekeken, zoals bijvoorbeeld vrij toegankelijke zorg, jeugdzorg, re-integratie naar arbeid en de omgang met complexe zorgvragen.

Het rapport ‘Beloftevol beleid versus de weerbarstige werkelijkheid’ vindt u hier.

Share Button

31 mei, 2016  

Een derde weg ter bevordering van burgerinitiatieven?


In opdracht van het ministerie van BZK heeft Crisislab een onderzoek uitgevoerd naar een derde weg ter bevordering van burgerinitiatieven. Een korte beschrijving van het boek vindt u hier. Het boek is te bestellen via Boom Bestuurskunde.

Share Button

26 april, 2016  

Proportioneel veiligheidsbeleid conventionele explosieven 


In opdracht van het Havenbedrijf Rotterdam en de gemeente Rotterdam heeft Crisislab samen met Expload een onderzoek uitgevoerd dat de bouwstenen moet gaan geven voor een afwegingskader voor een proportionele omgang met munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Op talloze plekken in Nederland liggen in de bodem nog onontplofte bommen en granaten. Bij werkzaamheden is de vraag hoe hier mee moet worden omgegaan. Uit voorzorg in alle gevallen opsporen en ruimen kost de samenleving disproportioneel veel geld. De onderzoeksvraag was hoe het ‘geraamte’ van een proportioneel afwegingskader eruit zou kunnen komen te zien als gekeken wordt naar de omgang met andere risico’s in Nederland.

De rapportage is binnenkort hier te downloaden.

Share Button

11 april, 2016  

Is de Nederlandse burger nu helemaal gek geworden?


In een column in de nieuwsbrief van Platform31 wijst Ira Helsloot op het onverenigbare van het ‘in gesprek gaan’ over de opvang van vluchtelingen op ‘informatieavonden’ die door gemeenten worden georganiseerd. De link naar de column treft u hier.

 

Share Button

26 februari, 2016  

Effectiviteit van real-time informeren noodhulp


In opdracht van het Programma Politie en Wetenschap heeft een consortium van Crisislab en het lectoraat intelligence van de Politieacademie een onderzoek uitgevoerd naar het real-time informeren van noodhulpeenheden van de politie.

De nationale politie heeft als een van haar speerpunten gekozen voor het real-time informeren van politiefunctionarissen op straat. Vanaf eind 2012 beschikken alle geografische eenheden en de landelijke eenheid daarom over een nieuw organisatieonderdeel: het Real-Time Intelligence Center (RTIC). Het RTIC is gepositioneerd op de meldkamer zodat veiligheidsinformatie bij spoedeisende meldingen snel beschikbaar kan worden gesteld aan politiefunctionarissen die in de noodhulp werken.

In drie geografische eenheden van de nationale politie is gekeken hoe het RTIC informatie toevoegde aan meldingen, of deze RTIC-informatie de noodhulpeenheden voor het in actie komen bereikte en of deze vervolgens door hen werd waargenomen.

Het onderzoek laat zien dat het real-time informeren op dit moment niet effectief is georganiseerd. Een klein deel van de informatie die door het RTIC werd toegevoegd, bereikte de noodhulpeenheden.

Gemiddeld werd aan 15% van de spoedeisende meldingen informatie door het RTIC toegevoegd. De snelheid waarmee het RTIC de informatie vond, afgezet tegen de doorgaans korte aanrijdtijd van de noodhulp had tot gevolg dat de informatie de politiemensen, die op weg waren naar een spoedeisende melding, vaak te laat bereikte. Het RTIC vulde niet alleen spoedeisende meldingen aan, maar ook niet-spoedeisende meldingen; dit laat eenzelfde beeld zien.

Het RTIC is zeker niet de allesbeslissende schakel bij het real-time informeren van de noodhulpeenheden. De centralisten zijn een minstens zo belangrijke schakel. In de eerste plaats moeten zij in contact met de melder de informatie ‘achterhalen’ op basis waarvan het RTIC kan gaan zoeken naar extra informatie. In de tweede plaats moeten zij de informatie die door het RTIC wordt opgezocht, doorgeven, maar dit deden zij lang niet altijd.

Het helpt echter niet om de centralist ‘over te slaan’ door informatie op een andere manier te verstrekken, bijvoorbeeld via een MDT-scherm dat zich in het voertuig bevindt, zodat de noodhulp deze informatie ook in principe zelf kan bekijken. Noodhulpeenheden keken voor het ter plaatse komen bij spoedeisende meldingen zelden op het MDT-scherm. Bij meldingen zonder spoed hebben de noodhulpeenheden meer aandacht en tijd en zochten zij via hun mobiel zelf naar informatie.

De rapportage treft u hier.

 

Share Button

19 februari, 2016  

Bewonersonderzoek transformatiewoningen


Voorkant_transformatiewoningen

In opdracht van het ministerie van BZK voerde Crisislab een burgeronderzoek uit naar de overwegingen van bewoners om in een getransformeerde woning te wonen en hoe tevreden men is over het wonen in een getransformeerd pand. Hoewel het onderwerp geen relatie met veiligheidsbeleid of crisisbeheersing heeft, zit de aansluiting meer bij de aanpak van het onderzoek. Alle burgeronderzoeken van Crisislab worden gehouden door het afnemen van face-to-face interviews (in plaats van een (online) enquête) waarin ook aandacht is voor de ‘narrige burger’. Dat wil zeggen dat wie te makkelijk de burger bevraagd als consument zij antwoorden alleen redenerend vanuit het eigen belang zullen krijgen. Om inzicht te krijgen in wat de burger ‘daadwerkelijk denkt’ wordt de burger gevraagd om dezelfde vraag nogmaals te beantwoorden maar nu als bestuurder zodat zij gedwongen worden om te redeneren vanuit het algemeen belang.

Het bewonersonderzoek Wonen in een transformatiewoning kunt u hier downloaden.

Eerdere burgeronderzoeken die door Crisislab zijn uitgevoerd, zijn:

 

Share Button

11 februari, 2016  

Eigen verantwoordelijkheid burgers bij carnavalsoptochten?


Ira Helsloot reageert in De Limburger op de keuze van een aantal burgemeesters om carnavalsoptochten niet door te laten gaan vanwege harde windstoten.

Share Button

10 februari, 2016  

Hulp bij beslissingen brandveiligheid in de zorg


In opdracht van Brancheorganisaties Zorg (BoZ) en binnen het programma ‘De Zorg Brandveilig’ heeft Crisislab een rapport opgesteld voor Hulp bij brandveiligheidsbeslissingen in de zorg. Dit rapport beschrijft de theorie en de praktische toepassingen van automatische brandblusinstallaties in de zorg. Het biedt daarmee een handvat voor de afweging of een actief blussysteem wel of niet een effectieve en proportionele brandveiligheidsvoorziening is, waardoor dan ook andere brandveiligheidsvoorzieningen kunnen komen te vervallen. Door middel van voorbeelden uit de praktijk wordt geïllustreerd hoe verschillende zorginstellingen met deze afweging zijn omgegaan.

Share Button

4 februari, 2016  

Het ‘zijn’ van de Inspectie VenJ verklaard


In het Handboek Toezicht hebben Ira Helsloot en Gaby van Melick een hoofdstuk geschreven over de Inspectie Veiligheid en Justitie (IVenJ). In het hoofdstuk wordt ingegaan op het ontstaan van de inspectie, haar taken en bevoegdheden en wordt een analyse gegeven die het ‘zijn’ van de inspectie verklaart.

Share Button

16 december, 2015  

Slotadvies adviescommissie Wonen en Cultuur over AmvB’s Omgevingswet


De adviescommissie Wonen en Cultuur, waarvan Ira Helsloot lid is, heeft op verzoek van de minister van Infrastructuur en Milieu een slotadvies opgesteld over de concept-AmvB’s en de conceptversies van de nota’s van toelichting behorend bij de nieuwe Omgevingswet.

Het slotadvies treft u hier.

Eerdere (tussentijdse) reflecties en adviezen zijn hier te vinden :

 

Share Button

3 december, 2015  

‘Parkeer24’ besteedt aandacht aan publieks-onderzoek Crisislab


In de november-uitgave van het tijdschrift ‘Parkeer24’ is een artikel gepubliceerd over het publieksonderzoek naar parkeren in de binnenstad van Enkhuizen. Crisislab voerde dit onderzoek uit in april en mei 2015.

Het artikel in ‘Parkeer24’ vindt u hier.

De rapportage van het onderzoek vindt u hier.

Share Button

24 november, 2015