Archief

Toeval of structureel incidentalisme op Kijfhoek?


In opdracht van ProRail heeft Crisislab in de maanden november 2018 – april 2019 een onderzoek uitgevoerd naar vijf ‘incidenten’ die in de zomer van 2018 plaatsvonden op het emplacement Kijfhoek te Zwijdrecht. De centrale vraag die beantwoord wordt is: is het toeval dat deze vijf ‘incidenten’ hebben plaatsgevonden of zijn er structurele veiligheidsproblemen aan te wijzen die de incidenten mede hebben veroorzaakt? We maken daarbij onderscheid tussen arbo-incidenten die de gezondheid van werknemers bedreigen en externe veiligheid incidenten die de omgeving van Kijfhoek bedreigen.

De rapportage kunt u hier downloaden.

Lees hier de reactie van ProRail op de rapportage.

De rapportage is op 12 juni 2019 door de staatssecretaris Infrastructuur en Waterstaat middels een brief aan de Tweede Kamer aangeboden.

13 juni, 2019  

Ira Helsloot nieuwe voorzitter railAlert


Ira Helsloot is sinds medio 2019 de nieuwe voorzitter van de Stichting railAlert. Deze stichting houdt zich als onafhankelijke brancheorganisatie onder meer bezig met de verbetering van de veiligheid in de railinfrabranche, maakt bindende afspraken met onder meer railinfrabeheerders, aannemingsbedrijven, ingenieursbureaus, werkplekbeveiligingsbedrijven en andere stakeholders die in deze branche werkzaam zijn. Ook stelt railAlert regels op voor veiligheidsopleidingen en -examens (persoonscertificering) en product- en systeemcertificering. In railAlert participeren onder meer landelijk railinfrabeheerder ProRail en regionale metro- en trambedrijven als GVB (regio Amsterdam), HTM (regio Den Haag), RET (regio Rotterdam) en U-OV (regio Utrecht).

Het persbericht van de Stichting railAlert kunt u hier lezen.

9 juni, 2019  

Er is niets mis met straatgezag politie


In opdracht van Politie en Wetenschap heeft Crisislab een observatief onderzoek uitgevoerd naar het straatgezag van de politie in Nederland. Onderzoekers zijn daarvoor met politiemensen van acht basisteams tijdens hun dienst meegelopen. De centrale vragen in het onderzoek waren: heeft de politie straatgezag bij de gewone burger, welke factoren zijn daarvoor bepalend en wat is de motivatie van burgers om te gehoorzamen?

Het antwoord op de eerste vraag is een volmondig ‘ja’. Maar liefst 92% van de 210 mensen gehoorzaamden aan alle oproepen van de politiefunctionaris. Veruit de meeste mensen (82%) deden dit ook nog eens zonder protest. Dit staat haaks op het overheersende beeld dat er iets mis zou zijn met het straatgezag van de politie.

Het antwoord op de tweede vraag is dat het geven van een ‘bevel’ door de politiefunctionaris tot significant minder gehoorzaamheid bij de burger leidt. Het vragen om medewerking leidt juist tot significant meer gehoorzaamheid. Vele andere factoren blijken echter niet van significante invloed op de mate van gehoorzaamheid te zijn, zoals ervaring, geslacht, huidskleur van of pet dragend door de politiefunctionaris. Opvallend is dat het geven van uitleg bij de oproep niet tot meer (of minder) gehoorzaamheid leidt, terwijl dit in eerdere studies wel wordt gesuggereerd.

Innerlijke overtuiging is het belangrijkste motief voor burgers om te gehoorzamen en niet te protesteren: men voelt een geïnternaliseerde verplichting om te gehoorzamen en vindt het vervolgens niet passen om tegen, in dit geval, de politie te protesteren die gewoon zijn werk doet.

De rapportage is hier te downloaden.

Zowel De Volkskrant als de NOS hebben aandacht aan ons onderzoek besteed.

Een resumé van ons onderzoek is te vinden in de opiniesectie van een aantal regionale kranten.

27 mei, 2019  

Inzichten herijking bodemsaneringsbeleid


Het Nederlandse bodemsaneringsbeleid is de resultante van ruim veertig jaar beleidsontwikkeling. Een belangrijke aanjagende kracht was op verschillende momenten de publieke verontwaardiging toen werd ontdekt dat op veel locaties gevaarlijke stoffen zonder controle werden gestort. Het acuut saneren van locaties, maar ook het direct vastleggen van strenge bodemnormen, leek daarmee noodzakelijk. Wetenschappelijke kennis over het werkelijk effect van bodemverontreiniging ontbrak toen. Dit rapport plaatst het Nederlandse bodembeleid gericht op de bescherming van mensen in het perspectief van recente kennis over het effect van verschillende gevaarlijke stoffen op de mens. De resultaten van ons vergelijkend onderzoek laten zien dat de Nederlandse bodemnormen voor de functie ‘wonen’ voor veel stoffen simpelweg veel te streng zijn: de grenswaardes komen dan grosso modo overeen met blootstelling van minder dan een procent van de blootstelling via andere routes zoals voedsel of soms zelfs van minder dan een procent van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid.

Het rapport kunt u hier downloaden.

9 mei, 2019  

Beleidsdoorlichting van de ILT naar Tweede Kamer


Crisislab heeft meegewerkt aan een beleidsdoorlichting van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Op 12 april 2019 hebben de bewindslieden van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat deze beleidsdoorlichting Handhaving en toezicht ministerie IenW naar de Tweede Kamer gestuurd, inclusief de Kabinetsreactie op de doorlichting.

Directeur Kees van Nieuwamerongen van de ILT stelt ‘Het rapport bevat een aantal duidelijke signalen over het functioneren van de ILT. Deze signalen sluiten aan bij de conclusies van de parlementaire enquêtecommissie Fyra uit 2015 en bij de feedback die de ILT in 2016 zelf heeft gevraagd in de buitenwereld. Naar aanleiding daarvan heeft de ILT in 2016 een nieuwe Koers ingezet, waarmee de ILT de omschakeling maakt naar een stevige toezichthouder die flexibel kan inspelen op veranderingen en zichtbaar bijdraagt aan het publieke belang. Het is de bedoeling van de Koers dat de ILT haar schaarse middelen daar inzet waar de risico’s voor de samenleving het grootst zijn en waar haar optreden het meeste effect zal hebben.’

De beleidsdoorlichting, inclusief de Kabinetsreactie, treft u hier.

13 april, 2019  

De noodhulp van de politie kan efficiënter


Regelmatig zijn er signalen dat er te weinig politiecapaciteit is om al het politiewerk uit te voeren. De wissel die de noodhulporganisatie – dit is de suborganisatie van de politie die 24/7 paraat staat om te reageren op spoedeisende meldingen – op die capaciteit trekt zou een belangrijke oorzaak zijn. Samen met vier basisteams heeft Crisislab in opdracht van Politie en Wetenschap daarom drie experimentele werkwijzen voor de noodhulpfunctie ontwikkeld die tot een efficiëntere inzet van de politiecapaciteit zouden kunnen leiden.

De werkwijzen zijn een uitwerking van een van twee hoofdrichtingen. De eerste hoofdrichting is om noodhulpeenheden door gerichte sturing meer werk te laten verrichten ‘tussen de meldingen door’. De tweede is het opheffen van de specifieke noodhulp suborganisatie door alle uitvoerende politiefunctionarissen die in dienst zijn, te laten reageren op meldingen. Hierdoor kan al het reguliere werk verdeeld worden over iedere in dienst zijnde politiefunctionaris.
De werkwijzen zijn in drie basisteams (tijdelijk) geïmplementeerd en aan de hand van een nul- en éénmeting op implementeerbaarheid en efficiency(winst) getest.

Een eerste conclusie is dat politieleidinggevenden momenteel niet werkelijk in staat lijken om hun medewerkers operationeel aan te sturen zodat de eerste hoofdrichting weinig kansrijk is.

Het opheffen van de noodhulp suborganisatie blijkt wel te kunnen leiden tot een aanmerkelijk effectievere en efficiëntere politieorganisatie, waarin uitvoerende politiemedewerkers een meer integrale verantwoordelijkheid voelen en nemen voor het politiewerk. Het blijkt dan overigens ook dat er momenteel niet genoeg zinvol werk kan worden gegenereerd om alle uitvoerende politiefunctionarissen aan het werk te houden.

De rapportage kunt u hier downloaden.

Lees hier de antwoorden van de minister van Justitie en Veiligheid op de Kamervragen over de rapportage.

8 maart, 2019  

Inzichten in proportioneel asbestbeleid


Crisislab heeft samen met TNO, Universiteit Utrecht en Radboud Universiteit in Nijmegen een onderzoek uitgevoerd naar gezondheidsrisico’s in verschillende asbestblootstellingssituaties en de kosten van bijbehorend beschermingsbeleid. Het onderzoek is in opdracht van Aedes en de corporaties Talis, Woonbron, Vestia en Mitros verricht. Deze partijen hebben deze opdracht gegeven bij gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing van het huidige asbestbeleid. Het is de eerste keer dat er wetenschappelijk onderzoek in Nederland is gedaan naar de relatie tussen blootstelling, gezondheidsrisico’s en de kosten van beschermingsbeleid.

De belangrijkste conclusie uit het rapport is dat het wonen en werken in een huis met asbest en het verwijderen van asbestcementdaken veel minder risico’s opleveren dan tot nu toe werd gedacht. Dit betekent dat in de huidige situatie maatregelen genomen moeten worden die in de meeste gevallen niet nodig zijn.

De rapportage kunt u hier downloaden.

Zowel de NOS als De Volkskrant hebben aandacht aan het rapport besteed.

5 maart, 2019  

Tussenrapportage Visitatiecommissie


De Visitatiecommissie Defensie en Veiligheid, waarvan Ira Helsloot lid is, heeft haar eerste (tussen)rapportage opgeleverd. Deze is op 1 februari 2019 door de minister van Defensie naar de Tweede Kamer gestuurd. De brief van de minister treft u hier.

De (tussen)rapportage kunt u hier downloaden.

1 februari, 2019  

Verdediging proefschrift door Ron de Wit


Op donderdag 31 januari 2019 om 12.30 uur verdedigde Ron de Wit, plaatsvervangend commandant bij brandweer Twente en tevens extern promovendus bij Crisislab, aan de Radboud Universiteit Nijmegen zijn proefschrift ‘Burgers, bestuur en brandweer; studies naar waardering van brandweerzorg’.

Het proefschrift zet een eerste stap in het ‘meten’ van de waarde van brandweerzorg en het bekijken van het (potentiële) gebruik daarvan bij bestuurlijke keuzes over beleid. Het uitgangspunt is dat maatschappelijke besluitvorming over de brandweerzorg gebaat is bij redelijke en onderbouwde afwegingen tussen kosten enerzijds en de (waardering van) de opbrengsten anderzijds. Het principe van de maatschappelijke kosten-baten afweging als instrument voor het beoordelen van risicobeleid is daarom als vertrekpunt genomen. De baten zijn daarin de veiligheidsopbrengst en de waarde die de maatschappij daaraan toekent. Dat kan gaan om waardering van telbare opbrengsten in termen van minder slachtoffers of schade maar ook opbrengst in de zin van de waardering van burgers voor de bescherming die brandweerzorg hen biedt.

De resultaten kunnen door betrokkenen bij de brandweer gebruikt worden bij beleidsvraagstukken rondom brandweerzorg.

U kunt het proefschrift hier bestellen.

27 januari, 2019  

Lid Raad van advies voor NVWA


Ira Helsloot is per 1 januari 2019 lid geworden van de Raad van advies Wet onafhankelijke risicobeoordeling Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. De Raad van advies reflecteert op de wijze waarop de NVWA risico’s beoordeelt. De Wet onafhankelijke risicobeoordeling Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit uit 2006 geeft de opdracht aan de NVWA om een risicobeoordeling uit te voeren als een wetenschappelijk gefundeerd proces, bestaande uit vier stappen, te weten gevareninventarisatie, gevarenkarakterisatie, blootstellingschatting en risicokarakterisatie. De Wet bepaalt dat een Raad van advies erop toeziet dat de risicobeoordeling op onafhankelijke wijze tot stand komen en bewaakt de wetenschappelijke kwaliteit van de risicobeoordeling.

Hier treft u het Besluit tot installering en de Bekendmaking van de nevenfuncties van de leden van de Raad.

22 januari, 2019  

Evaluatie besluitvormingsproces gevelbeplating Hogeschool Rotterdam


Door de Hogeschool Rotterdam is eind 2017 geconstateerd dat bij één van haar gebouwen de gevelbeplating niet voldoet aan de brandveiligheidseisen. Het bestuur van de Hogeschool heeft daarom besloten dit pand in eerste instantie tijdelijk te sluiten en in tweede instantie om het definitief te slopen. Crisislab heeft een evaluatie uitgevoerd naar hoe de besluitvorming over de brandveiligheid in deze locatie heeft plaatsgevonden.

De evaluatie kunt u hier downloaden.

27 december, 2018  

Evaluatie oliemorsing tanker Bow Jubail


Op zaterdagmiddag 23 juni 2018 kwam de tanker Bow Jubail in aanvaring met een steiger in de Petroleumhaven in Rotterdam. Hierdoor is ruim 200 ton stookolie vrijgekomen die zich heeft verspreid over onder andere de Nieuwe Waterweg, de Nieuwe Maas en de Oude Maas. Ook havens, kades en oevers raakten vervuild door het vrijkomen van de vele hoeveelheid olie.

In opdracht van Divisie Havenmeester Rotterdam (DHMR) voerde Crisislab een lerende evaluatie uit naar de inzet van DHMR die zich voor een belangrijk deel richtte op het voorkomen van de verspreiding. Op zondag 24 juni heeft DHMR een crisisteam geformeerd om de opruimwerkzaamheden samen met RWS in de havens en op de rivier gecoördineerd te laten plaatsvinden. De evaluatie die onder andere ingaat op de interne alarmering, het waarschuwen van de havenpartners, de eerste incidentbestrijding en besluitvorming door het crisisteam over het vrijwillig wegvaren en het schoonmaken van schepen en de infrastructuur is in december 2018 afgerond. 

15 december, 2018  

Waanzinnig disproportioneel asbestbeleid


Op 16 oktober 2018 is door de Tweede Kamer een wijziging van de Wet milieubeheer aangenomen waarin wordt gesteld dat na 2024 er geen asbest op de Nederlandse daken meer mag liggen.

Ira Helsloot gaat in het oktobernummer van 2018 van het magazine Vastgoed Adviseur van VBO Makelaar in op de in zijn ogen waanzinnige disproportionele maatregel en wat dit de samenleving onnodig kost. Het artikeltje kunt u hier downloaden.

In De Volkskrant van 27 oktober 2018 gaat ook Marin van Sommeren in zijn column in op de absurditeit van het investeren van 1,5 miljard in de sanering van asbestdaken en waarom bestuurders zo onterecht bang zijn voor de nuchtere Nederlander. De column treft u hier.

 

6 november, 2018  

Evaluatie toezicht- en handhavingsproces kinderopvang van De Bilt


Naar aanleiding van een zedenincident op een buitenschoolse opvang in De Bilt dat in augustus 2017 bekend werd, voerde Crisislab in opdracht van de gemeente een evaluatie uit. Doel van de evaluatie is om te kijken hoe het gemeentelijke toezichts- en handhavingsproces is ingericht en uitgevoerd en of het incident op de buitenschoolse mogelijk aanleiding geeft tot aanpassingen.

De evaluatie richtte zich niet op het crisismanagement tijdens het incident bij de buitenschoolse opvang. Het incident was voor de gemeente vooral aanleiding om haar eigen toezicht- en handhavingsproces tegen het licht te houden.

Belangrijk kernpunt in al ons onderzoek is dat wij streven naar redelijk en proportioneel veiligheidsbeleid en daarom ook uitgaan van de wijze waarop mensen in de praktijk (moeten) handelen. Dit houdt onder andere in dat incidenten, hoe vreselijk deze ook zijn, niet per definitie hoeven te leiden tot aanpassing van vaak goed doordacht (gemeentelijk) beleid.

30 oktober, 2018  

Wat vinden burgers van kernenergierisico’s?


Studenten van de Radboud Universiteit Nijmegen hebben in het kader van hun masteropleiding Besturen van Veiligheid een publieksonderzoek uitgevoerd naar de mening van burgers over de risico’s van kerncentrales/kernenergie. Door Crisislab zijn de resultaten verwerkt tot een rapportage.

Net als in de eerdere publieksonderzoeken die wij hebben uitgevoerd is ook op dit thema de ‘narrige burger’ weer zichtbaar: als bestuurder zouden ze niet investeren in maatregelen om (stralings)risico’s van kerncentrales en kernenergie te voorkomen, terwijl zij als consument deze maatregelen juist wel zouden willen zien.

Het publieksonderzoek kunt u hier downloaden.

 

Eerdere publieksonderzoeken die door Crisislab zijn uitgevoerd, zijn:

 

8 oktober, 2018  

Bouwstenen voor proportioneel stoffenbeleid


Ira Helsloot en Jaap Hanekamp hebben een bijdrage geleverd aan de essaybundel Experts over preventie van beroepsziekten door stoffen die in opdracht van het ministerie van SZW is opgesteld. Zij pleiten in hun bijdrage ‘Bouwstenen voor proportioneel stoffenbeleid voor SZW’ voor een kosten-batenanalyse van het stoffenbeleid in plaats van het voorzorgsdenken dat momenteel onzekerheid over de effecten van stoffen vertaalt in extreem lage grenswaarden.

De bijdrage ‘Bouwstenen voor proportioneel stoffenbeleid voor SZW’ vindt u hier. De gehele bundel Experts over preventie van beroepsziekten door stoffen treft u hier.

1 oktober, 2018  

Ira Helsloot lid visitatie-commissie Defensie


Vanaf 13 september 2018 maakt Ira Helsloot deel uit van de door de minister van Defensie ingestelde visitatiecommissie Defensie en Veiligheid. Onder voorzitterschap van Gerdi Verbeet zal de commissie de komende drie jaar op onafhankelijke wijze de voortgang en de doelbereiking van het plan van aanpak “Een veilige Defensie-organisatie” voor de periode 2018–2020 toetsen. Dit plan van aanpak is opgesteld naar aanleiding van onderzoeken van de Onderzoeksraad voor Veiligheid naar de dodelijke ongevallen in Ossendrecht en Kidal, en van het rapport van de commissie Van der Veer. De conclusie is dat de veiligheidscultuur bij Defensie tekortschiet. Het plan van aanpak bestaat uit veertig maatregelen om de veiligheid bij Defensie als werk-, leef-, en leeromgeving te vergroten.

De beide andere leden van de commissie zijn: Patrick Cammaert en Josette van Doorn. Cammaert diende tijdens diverse VN missies en is sinds 2008 in verschillende rollen betrokken bij vredes- en veiligheidsaangelegenheden voor de Verenigde Naties in New York. Van Doorn is werkzaam op het gebied van operationele veiligheid in de chemische sector.

De visitatiecommissie rapporteert jaarlijks over haar bevindingen aan de Minister van Defensie.

De brief van de minister van Defensie treft u hier, en het instellingsbesluit in de Staatscourant hier.

14 september, 2018  

De risico-regelreflex in de (petro)chemische industrie


In opdracht van de brancheorganisatie voor dienstverlenende bedrijven in de procesindustrie (VOMI) en de Stichting Samenwerken voor Veiligheid (SSVV) heeft Crisislab gekeken of en hoe de risico-regelreflex (RRR) optreedt in het veiligheidsbeleid van aannemers en opdrachtgevers in de (petro)chemische industrie.

De RRR is de reflex c.q. neiging van organisaties en de overheid om naar aanleiding van (het publiekelijk worden van) incidenten direct veiligheidsmaatregelen te treffen ter reducering van het risico, zonder de kosten en baten van deze maatregelen bewust af te wegen. De reflex kan leiden tot disproportionele en nadelige ingrepen. Met maatregelen worden alle soorten interventies bedoeld, dat wil zeggen zowel wet- en regelgeving als normstelling, toezicht en uitvoeringsmaatregelen. De kosten en baten kunnen zowel materieel als immaterieel zijn’.

In het onderzoek constateerden wij samen met onze gesprekspartners dat de RRR ook binnen de procesindustrie een serieus probleem is. De RRR leidt in de praktijk vooral tot extra eisen aan aannemers, die allerlei neveneffecten met zich meebrengen. Wij hebben daarom gekozen voor een ‘prikkelend’ rapport met als doel het aanwakkeren van een discussie binnen de procesindustrie over veilig werken en de verantwoordelijkheden die zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer daarvoor heeft.

De rapportage is nu openbaar en hier te downloaden.

Een artikeltje in het Bilfinger magazine treft u hier.

Meer informatie over de risico-regelreflex is hier te vinden.

1 augustus, 2018  

Advies hooglerarenpanel gaswinning voor minister EZK


De minister van EZK, Erik Wiebes, heeft een panel van drie hoogleraren gevraagd om een methodologisch oordeel te geven over de huidige wijze van berekening van het aardbevingsrisico en een advies hoe (beter) om zou moeten worden gegaan met de versterking van huizen tegen dat risico. Prof. dr. Ira Helsloot is één van de hoogleraren van het panel. Verder bestaat het panel uit prof. dr. Eric Cator (Radboud Universiteit Nijmegen) en prof. dr. Jan Rots (TU Delft).

Het eerste deel van het advies vindt u hier en maakt onderdeel uit van het advies van de Mijnraad dat op 2 juli 2018 aan de minister werd gegeven.

Op 4 juli 2018 is het advies in de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat behandeld en hebben de hoogleraren een toelichting gegeven. Onder andere De Telegraaf en het Dagblad van het Noorden hebben daar aandacht aan besteed.

Een diepgaandere versie van het advies van de hoogleraren is eind juli 2018 verschenen als definitief advies en kunt u hier downloaden. Nadere vragen van het ministerie hebben geleid tot een een eerste vervolgadvies en een addendum.

In januari 2019 is nog een specifiek advies over de berekeningswijze van het aardbevingsrisico voor infrastructuur gevraagd. Dit advies zal binnenkort uitkomen.

30 juli, 2018  

Evaluatie instorting Woerden openbaar


Om iets na elf uur ’s morgens op 12 mei 2017 raakte bij sloopwerkzaamheden van het gemeentehuis in Woerden een bouwvakker bekneld door het instorten van twee verdiepingsvloeren. Al snel werd door de leidinggevenden van de brandweer de inschatting gemaakt dat het slachtoffer niet te redden was waarna op enig moment met een bergingsoperatie werd gestart. Deze bergingsoperatie duurde uiteindelijk alles bij elkaar tot ongeveer half negen ‘s avonds.

Door de Veiligheidsregio Utrecht is aan Crisislab gevraagd om een beknopte lerende systeemevaluatie uit te voeren waarbij de hoofdvraag was: Hoe heeft het besluitvormingsproces tijdens de reddings- en bergingsoperatie op COPI-niveau plaatsgevonden en wat was de betekenis ervan voor de snelheid van het totale optreden?

Een lerende systeemevaluatie duidt op het feit we alleen een oordeel geven over het optreden dat gerelateerd kan worden aan het systeem van brandbestrijding c.q. crisisbeheersing. Separaat heeft er op 11 januari 2018 een leertafel plaatsgevonden waarin de betrokken actoren ook een persoonlijke feedback op hun handelen hebben gekregen.

De rapportage is nu openbaar en hier te downloaden.

 

26 juli, 2018